NVK richtlijn: Acuut astma bij kinderen, richtlijn voor de opvang in het 1e uur.

Algemene informatie:

De richtlijn Acuut astma bij kinderen is ontwikkeld op initiatief van Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde.
Voorzitter van de werkgroep: Mw. drs. C.C. de Kruiff, kinderarts.
Deze richtlijn is tot stand gekomen met financiële steun van de Stichting Kwaliteitsgelden Medisch Specialisten (SKMS).

Op initiatief van:

NVK

Datum publicatie:

September 2012

Status:

Geautoriseerd door het NVK bestuur op 11 april 2012.

Doelgroep samenvatting:

De samenvatting is bedoeld voor:  Artsassistenten kindergeneeskunde en kinderartsen. En gaat over: Acuut astma bij kinderen, richtlijn voor de opvang in het 1e uur.

Verantwoordelijke samenvatting:

Deze samenvatting werd ontwikkeld door:
A.M. van Wermeskerken, kinderarts.

Versieinfo samenvatting:

Deze NVK samenvatting van de richtlijn Acuut astma bij kinderen uit april 2012 is gemaakt in april 2012.
Heeft u suggesties ter verbetering van deze samenvatting? Neem dan contact op met richtlijnen@nvk.nl

Definities:

In dit document worden de volgende definities gehanteerd:


Definitie acuut astma / exacerbatie

Sterke toename van bronchusobstructie bij een astmapatiënt die niet verbetert na een paar giften van een bronchusverwijder door middel van inhalatie.

 

Bijlage 2. Definitie van anafylaxie.
Anafylaxie is waarschijnlijk indien aan één van de volgende 3 criteria is voldaan:
1. Acuut optredende klachten (minuten tot uren) met betrokkenheid van de huid en/of de slijmvliezen (bv. Urticaria, jeuk, ‘flushing’, zwelling lippen / tong / uvula) en tenminste één van de volgende criteria:
a. Ademhalingsproblemen (bv dyspnoe, bronchospasmen, stridor, hypoxie)
b. Cardiovasculaire problemen ( bv hypotensie, collaps)
 
2. Twee of meer van de volgende criteria, snel optredend na expositie aan een aannemelijkallergeen bij deze patiënt (minuten tot uren)
a. Betrokkenheid van de huid of slijmvliezen (bv urticaria, jeuk, ‘flushing’, zwelling lippen/ tong/uvula)
b. Ademhalingsproblemen (bv dyspnoe, ‘wheeze’ / bronchospasmen, stridor, hypoxie)
c. Cardiovasculaire problemen (bv. hypotensie, collaps)
d. Persisterende gastro-intestinale symptomen (bv krampende buikpijn, braken)

3. Hypotensie na expositie aan een bekend allergeen (minuten tot uren)
 

 

Differentiaal diagnose:

(NB: Bij kinderen < 1 jaar ontstaat ernstige dyspnoe meestal niet tgv astma!)

  • Bronchiolitis / virale LWI met bronchusobstructief beeld
  • Pneumonie
  • Stemband dysfunctie
  • Pneumothorax
  • Longoedeem
  • Aspiratie vreemd lichaam (pinda, speelgoed, maaginhoud)
  • Anafylactische reactie (pinda)
  • Anatomische afwijkingen (bv. tracheo- of bronchomalacie)
  • Hyperventilatie, primair of secundair
  • Atelectase

Diagnostiek:

Korte anamnese

  • Eerdere (IC)-opnames of SEH-bezoeken
  • Laatste prednison kuur
  • Duur exacerbatie
  • Gebruikte medicatie (techniek) en respons
  • Uitlokkende factor? (expositie allergeen, (virale) infectie, roken thuis, andere aspecifieke prikkels?)

 
Relevant lichamelijk onderzoek (zie ook astmascore)

  • Algemeen: AH, HF, SaO2, (RR), perifere circulatie, temperatuur.
  • Respiratoire symptomen: dyspnoe (praten, gebruik van hulpademhalingsspieren) auscultatie
  • Neurologische symptomen; onrust, bewustzijnsdaling

 

Tekenen van ernstig astma:

  • Te kortademig om te eten of te spreken
  • Intrekkingen en gebruik van hulpademhalingsspieren
  • Ademfrequentie >50/minuut (2-5 jaar), >30/minuut (>5jaar)
  • Polsfrequentie> 140/minuut
  • Stille thorax

 

Tekenen van levensbedreigend astma:

  • Verminderd bewustzijn/ geagiteerd gedrag
  • (dreigende) uitputting
  • Sterk verminderde ademarbeid, gasping
  • Zuurstofsaturatie < 88% in lucht of zichtbare cyanose
  • Stille thorax

 

Aanvullend onderzoek:

Geen routineonderzoek lab of X-thorax; alleen op indicatie

Astma score (geadapteerd van Qureshi)

Instrument (niet gevalideerd) om te objectiveren en over te dragen hoe de vitale- en andere gerelateerde parameters van de patiënt zijn, en het effect van behandeling te kunnen evalueren. Toepassing is niet verplicht.

 

 

1 punt

2 punten

3 punten

Ademhalingsfrequentie

(x/min)

 

 

 

2-3 jaar

≤ 34

35 - 39

≥ 40

4-5 jaar

≤ 30

31 - 35

≥ 36

6-12 jaar

≤ 26

27 - 30

≥ 31

> 12 jaar

≤ 23

24 -27

≥ 28

Saturatie (%)

> 95% zonder extra O2

90-95% met extra O2

< 90% met extra O2

Auscultatie

Normaal of

eindexpiratoir piepen

Expiratoir piepen

In- en expiratoir

piepen, verminderd ademgeruis of beide

Intrekkingen

Geen of intercostaal

Inter- en subcostaal

Inter- en subcostaal,

supraclaviculair

Dyspnoe

Praat in zinnen

Praat in korte zinnen

Woorden / kreunen

Totale astma score

5 – 7 (mild)

8 – 11 (matig)

12 – 15 (ernstig)

 

Eerste handelingen:

  • Niet ABC stabiel?

Bel anesthesist/ intensivist, volg APLS, geef zuurstof, infuus, prednison en zie verder onderstaand schema

  • Wel ABC stabiel?

Volg schema acuut astma en overweeg toepassing astmascore**.
 

Therapie:

Praktische handelingen bij acuut astma:
Geef bij een saturatie ≤ 94% zuurstof

 


Geef bij SpO2 > 94 % bronchusverwijding* met een voorzetkamer (juiste voorzetkamer/ techniek):

Salbutamol:                                   Ipratropiumbromide (min. 2 x geven icm salbutamol):

4 -8 inhalaties à 100 μg              4 inhalaties à 20 μg

 


Geef bij SpO2 ≤ 94 % bronchusverwijding* met een vernevelaar met O2 (juiste techniek):

Salbutamol:                                                   Ipratropiumbromide (min. 2 x geven icm salbutamol):

≤ 4 jr:   2,5 mg/dosis                                   ≤ 4 jr: 0,25 mg/dosis

 

> 5 jr:   5,0 mg/dosis                                   > 5 jr: 0,5 mg/dosis

 


Bij (ernstig) benauwd kind dient zo frequent als nodig tot continu verneveld te worden 

met salbutamol en (minimaal) tweemaal ipratropiumbromide bij de eerste inhalaties.

Na 1 à 2 maal inhaleren en onvoldoende effect: start laagdrempelig prednison (bij voorkeur drank)

1-2 mg/kg in 2dd gedurende 3-5 dagen (max 60 mg/dag)

Prednison voorkomt ook terugval. Indien 1e gift wordt uitgebraakt, opnieuw toedienen.

Bij verdenking anafylaxie (bijlage 2): geef adrenaline i.m. 0,01 mg/kg/dosis (tot 30 kg) max 0,3 mg

Overweeg magnesiumsulfaat iv na onvoldoende effect van 3 vernevelingen (astmascore nog ≥ 10).

 

40 mg/kg, in 15 minuten iv (max 2 gram)

Bij levensbedreigend astma / onvoldoende verbetering: start salbutamol continu iv*

 

en stop vernevelingen.

Medicatie dosering salbutamol continu iv (conform kinderformularium): [p53]

1 mnd – 18 jaar:  toedienen op intensive care onder monitorbewaking, controleer serumkalium in verband met risico op hypokaliemie. De noodzaak van een start oplaaddosis  (15 μg/kg in 10 minuten iv toedienen) staat ter discussie, vooral indien al frequent verneveld is.

Onderhoudsdosering: 0,1 μg/kg/min continu iv;

Op geleide van de kliniek, tachycardie en arteriële bloedgas salbutamol ophogen à 10 min.:

0.1-0.5 μg /kg/min: 0.1 μg/kg/min/stap

0.5-1.0 μg /kg/min: 0.2 μg/kg/min/stap

1.0-10  μg /kg/min: 0.5 μg/kg/min/stap

 
Overweeg opname in geval van:

  • Zuurstofsaturatie < 95%
  • Langdurig beloop: beta2 mimetica inhalatie >8 dd gedurende 24-48 uur
  • Onvoldoende verbetering op behandeling op SEH
  • Exacerbatie of onvoldoende verbetering ondanks systemisch steroïden
  • Bij 1 of meerdere risicofactoren

 

Bij opname:

  • Houd zuurstofsaturatie boven de 94%
  • Bij langdurige toediening van frequente doseringen salbutamol kalium controleren

 

Risicofactoren voor ernstige astma exacerbaties:

  • Therapie ontrouw
  • ‘Brittle asthma’ = moeilijk controleerbaar / onvoorspelbaar snelle bronchusobstructie
  • Ernstige bronchiale hyperreactiviteit
  • Eerdere opname voor een ernstige exacerbatie
  • Recente exacerbatie

 

Redenen voor overplaatsing naar een pediatrische IC:

  • Uitputting en/of dreigende respiratoire insufficiëntie
  • Ernstige dyspnoe zonder verbetering na 30-60 minuten adequate therapie
  • Zuurstofsaturatie < 88%
  • Intraveneuze toediening van ß-2 agonisten (salbutamol). Deze therapie kan wel voor overplaatsing gestart worden.
  • Kunstmatige beademing.

 

Soorten voorzetkamers:

De keuze van een voorzetkamer voor een kind hangt af van de leeftijd:

  • 0-4 jaar en de niet coöperatieve patiënt : een dosis-aerosol met voorzetkamer en een passend baby- of kindermasker
  • vanaf ongeveer 4 jaar jaar: voorzetkamer met mondstuk (als kind bewust door de mond kan ademen)


Er is onvoldoende evidence om onderbouwd advies te kunnen geven over 1 dosis-aerosol in combinatie met 1 voorzetkamer, wanneer de klinische effectiviteit als maat aangehouden wordt. Wel is er bewijs bij kinderen dat inhalatie met een combinatie van dosis-aerosol en voorzetkamer voordeel biedt boven de inhalatie van een dosis-aerosol zonder voorzetkamer.

 

Techniek van verneveling en voorzetkamers

Hoe moet u inhaleren met een vernevelaar?

  • Altijd  met 100 % zuurstof als aandrijfgas vernevelen; flow 8 l/min (altijd 8l ivm druppelgrootte)
  • Maximaal 10 minuten vernevelen, daarna is er geen effectieve druppelgrootte meer in de nevel.
  • Het minimale vernevelvolume is 4 ml, zn aanvullen met NaCl 0,9%.
  • Gebruik tot ongeveer 4 jaar een kapje met expiratiegaten. Zorg dat het kapje goed aangedrukt wordt over mond en neus.
  • Gebruik vanaf 4 jaar een mondstukje. Plaats het mondstuk tussen de tanden en omsluiten met de lippen let er op dat  de tong de inademopening niet afsluit.
  • Zorg dat de patiënt rechtop zit met het hoofd iets achterover (de mond moet leeg zijn).
  • Houd de vernevelaar rechtop voor een gelijkmatige nevel. Let op dat de vloeistofspiegel horizontaal is.
  • Zorg dat de slang goed vastzit aan de vernevelaar.
  • Laat rustig door de mond ademen. Geef instructie aan een coöperatieve patient om af en toe een keer langzamer en dieper in te ademen, dan komt er nog meer medicijn in de longen.
  • Praat niet tijdens het vernevelen. Als er een korte pauze nodig is, zet dan de flowregelaar even uit.
  • Blijf tijdens het vernevelen regelmatig de techniek controleren of geef hier opdracht toe!

 

Hoe moet u inhaleren met een voorzetkamer?

  • Schudt de dosis-aerosol voor gebruik en verwijder de beschermdop
  • Bij gebruik van een nieuwe dosis aerosol of als de aangebroken dosis aerosol twee weken niet gebruikt is, spuit dan eerst twee puffjes in de lucht
  • Plaats de dosis aerosol met de opening naar beneden in de  de voorzetkamer.
  • Laat de patient rechtop zitten of staan met het hoofd iets achterover (de mond moet leeg zijn)
  • Plaats bij de (coöperatieve) patiënt vanaf ongeveer de leeftijd van 4 jaar het mondstuk van de voorzetkamer tussen de tanden en sluit de lippen om het mondstuk.
  • Of plaats bij de jonge en/of niet coöperatieve patient het kapje over neus en mond, zorg dat het masker goed aansluit op het gezicht!
  • Breng het voorgeschreven medicijn in de voorzetkamer, niet meer dan één puff tegelijk. Let op: de medicatie blijft na de puff 20 seconden in de voorzetkamer en slaat dan neer
  • Adem rustig in en uit door de voorzetkamer. Bij kinderen > 12 jaar is vijf keer voldoende. Kinderen die ernstig benauwd zijn moeten vijf tot tien keer rustig in- en uitademen. Het klepje van de voorzetkamer moet zichtbaar heen en weer bewegen
  • Herhaal de handelingen als er meerdere doses geïnhaleerd moeten worden.

 

Schoonmaken voorzetkamer: in het ziekenhuis

Voorzetkamers die gebruikt zijn bij een patiënt in het ziekenhuis kunnen het beste meegegeven worden met de patiënt vanuit het oogpunt van hygiëne en veiligheid. Volgens de richtlijn van de WIP (Werkgroep Infectie Preventie) zou de voorzetkamer in het ziekenhuis na elk gebruik moeten worden afgespoeld met lauw water en vervolgens worden gereinigd, gedesinfecteerd met alcohol 70% en aan de lucht moeten worden gedroogd. De alcohol is in staat is om vegetatieve micro-organismen en veel virussen binnen de inwerktijd te doden. Er in de praktijk onvoldoende garantie dat schoonmaken altijd volgens deze richtlijn wordt uitgevoerd, waardoor het advies van de WIP is om de voorzetkamer alleen patiëntgebonden te gebruiken.

Voorlichting:

Bij ontslag naar huis:      

  • Controleer juiste techniek en voorzetkamer
  • Geef (schriftelijke) instructie over frequentie en dosering van medicatie
  • Geef instructie over wanneer en hoe contact met een arts of verpleegkundig specialist dient te worden opgenomen (iha wanneer vaker dan à 3 uur luchtwegverwijders noodzakelijk zijn)
  • Poliklinische afspraak

 

Schoonmaken voorzetkamer: thuis

Maak de voorzetkamer schoon bij de 1e ingebruikname en daarna 1 keer per week:

  • Verwijder eerst de dosis aerosol
  • Haal de voorzetkamer uit elkaar en maak schoon in lauwwarm water met afwasmiddel , niet afspoelen met water.
  • Laat de voorzetkamer drogen aan de lucht op een schone theedoek, dus niet droogwrijven!
  • Statische elektriciteit: Bij het gebruik van een plastic voorzetkamer kan de wand hiervan statisch geladen worden. Hierdoor slaat het medicijn op de wand van de voorzetkamer neer. Dan is het rendement van inhaleren verlaagd. Om de statische lading te vermijden is het belangrijk plastic voorzetkamers minstens 1 keer per week schoon te maken zoals beschreven. Niet föhnen of op de verwarming drogen en zeker niet in de vaatwasser doen!
  • De metalen nebuhaler en de nieuwe generatie aerochambers hebben geen problemen met statische lading.
  • Voorzetkamers op de SEH dienen uiteraard na elke patiënt gereinigd te worden.

 

Factoren bij het voorschrijven van een dosis-aerosol en voorzetkamer voor gebruik thuis:

  • Is het kind in staat om de juiste  techniek van inhalatie toe te passen
  • Is de handzaamheid en de afmeting van voorzetkamer zodanig dat deze gemakkelijk meegenomen en gebruikt gaat worden?
  • Welke voorkeur hebben kind en ouders zelf ten aanzien van de verschillende voorzetkamers
  • Indien uit technisch oogpunt en gebruiksvriendelijkheid meerdere opties in aanmerking komen dient het middel met de laagste kostprijs voorgeschreven te worden.

Alle richtlijndocumenten: