Overzicht

Deskundigencommissie levensbeëindiging geïnstalleerd

3-10-2006
door Eduard Verhagen, Commissie Kinderarts Ethiek en Recht

Op 1 september 2006 heeft het ministerie van VWS via een persbericht bekendgemaakt dat de centrale deskundigencommissie Late zwangerschapsafbreking en levensbeëindiging bij pasgeborenen is geïnstalleerd. Tot voorzitter werd benoemd prof. mr. dr. J.H.A.M. Hubben, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen.




Beoordeling van zorgvuldigheid

Het persbericht vermeldt verder dat de commissie meldingen gaat beoordelen van levensbeëindiging bij pasgeborenen vanwege uitzichtloos en ondraaglijk lijden. Ook kijkt de commissie naar meldingen van zwangerschappen die in een laat stadium worden afgebroken, omdat de ongeborenen weinig kans hebben te overleven vanwege ernstige en niet te herstellen functiestoornissen.

De commissie beoordeelt de meldingen op zorgvuldigheid van het handelen van de arts. Zij informeert het College van procureurs-generaal over haar oordeel. Levensbeëindiging bij ernstig lijdende pasgeborenen en late zwangerschapsafbreking blijft strafbaar.




Samenstelling

De deskundigencommissie die op 1 november 2006 met haar inhoudelijke werkzaamheden begint bestaat uit 5 leden, onder wie een rechtsgeleerde, een deskundige in ethische of zingevingvraagstukken en artsen. De leden van de commissie zijn voorzitter Prof. mr. dr. J.H.A.M. Hubben, ethicus Prof. dr. J.J.M. van Delden en de artsen Prof. dr. L.A.A. Kollée (kinderarts), Prof. dr. W.F.M. Arts (kinderneuroloog) en Dr. G.C.M.L. Page-Christiaens (gynaecoloog). De plaatsvervangende leden zijn voorzitter Prof. mr. dr. T.M. Schalken, ethicus Prof. dr. D.L. Willems en de artsen Dr. H.A.A. Brouwers (kinderarts), Prof. dr. L.M.E. Smit (kinderneuroloog) en Dr. G.G. Zeeman (gynaecoloog).




Reglement

De instellingsregeling van dit besluit is na te lezen in de Staatscourant 2006, 168. Hierin wordt vermeld dat de commissie een reglement zal vaststellen waarin wordt geregeld hoe de werkwijze van de commissie zal zijn, op welke termijn de meldende artsen over de beoordeling worden geïnformeerd, hoe de arts wordt gehoord en op welke wijze de commissie verslag gaat doen van haar werkzaamheden.





Wat betekent dit?

De regering komt hiermee tegemoet aan de herhaaldelijk gestelde vraag van kinderartsen en kinderneurologen naar duidelijkheid en (rechts-) zekerheid rondom de melding en toetsing van actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen. Meldingen bleven uit, onder meer omdat toetsing van de zorgvuldigheid van levensbeëindigend handelen tot op heden uitsluitend door juristen van het Openbaar Ministerie werd gedaan.




Criteria

De huidige commissie zal op grond van haar expertise naar verwachting een beter oordeel kunnen geven over die zorgvuldigheid van het levensbeëindigend handelen van de meldende arts. De criteria die men hiervoor gaat gebruiken zijn overeenkomstig de criteria van het Gronings protocol, zoals blijkt uit de brief van de staatssecretaris Ross en minister Donner van 26 november 2005 (vergaderjaar 2005-2006, 0 000 XVI). De criteria van het Gronings protocol vindt u op de NVK-site (rubriek Richtlijnen, Actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met een ernstige aandoening). Ook voor gynaecologen levert de instelling van deze commissie meer inzicht in de beoordeling van late zwangerschapsafbreking.



Inzicht in de beoordeling

Uiteraard moet nog aan een aantal voorwaarden worden voldaan om het vernieuwde systeem van melding en toetsing goed te kunnen laten functioneren. Dat is allereerst de meldingsbereidheid van de artsen. Het spoedig bekend worden van de werkwijze van de commissie bij de beoordeling van het genoemde handelen zal waarschijnlijk als stimulans voor melding kunnen werken. Eveneens achten wij (de commissie Kinderarts Ethiek en Recht) het van belang dat de commissie spoedig inzicht geeft in de beoordeling van de gemelde gevallen. Openbaar maken van de overwegingen van de commissie verschaft de artsen de noodzakelijke duidelijkheid over weging en toepassing van de criteria in de praktijk. Het zal interessant zijn om te zien welke (aanvullende) vragen de commissie stelt bij de beoordeling van het levensbeëindigend handelen.




Meldingsbereidheid

Met de installatie van de deskundigencommissie kiest de overheid voor een regeling die de bestaande medische praktijk van beslissingen rond het levenseinde inzichtelijk kan maken. Deze keuze past in het Nederlandse beleid rondom levensbeëindigend handelen. Er zijn in de wereld geen voorbeelden die kunnen aangeven hoe effectief deze deskundigencommissie zou kunnen zijn met oog op het reguleren van levensbeeindigend handelen bij pasgeborenen. Het succes van gemaakte keuze zal voor een belangrijk deel samenhangen met de bereidheid van de individuele kinderartsen en gynaecologen het handelen te melden en te laten toetsen.

Het systeem van melding en toetsing van actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen is op verzoek van de beroepsgroep aangepast. De deskundigencommissie is ingesteld omdat kinderartsen daarom hebben gevraagd. Wij roepen dan ook alle kinderartsen op om vanaf nu ieder geval van actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen ter toetsing te melden.

Namens de commissie Kinderarts Ethiek en Recht,
Eduard Verhagen




Gerelateerde links



Persbericht VWS 1 sept. 2006

Brief Ross en Donner 26 nov. '05

NVK Nieuws ‘Deskundigencie’ toetst levensb.' 30 nov. '05

Dossier Gronings protocol

Richtlijn ‘Actieve levensbeëindiging bij pasgeborenen met een ernstige aandoening’

Digitaal loket

Mijn sectie