Berichten

Eerste resultaten Perinatale Audit

8-12-2011
Verdere richtlijnontwikkeling, meer trainingen en betere documentatie rond de geboorte kunnen mogelijk bijdragen aan vermindering van de perinatale sterfte van à terme geboren baby's in Nederland. Dat blijkt uit de eerste rapportage van de stichting Perinatale Audit Nederland (PAN).

Op 25 november presenteerde de stichting de resultaten van de eerste landelijke perinatale audit, die in 2010 plaatsvond. Bij een perinatale audit worden op lokaal niveau de zorg en de omstandigheden rond de dood van een baby door alle betrokken zorgverleners zeer uitgebreid in beeld gebracht, besproken en geëvalueerd, teneinde vast te stellen of en hoe de zorg beter had gekund.

Rapport Stichting PAN: 'Perinatale Audit: eerste verkenningen'
Samenvatting rapport PAN
Persbericht Stichting PAN
Reactie NVK e.a:. PAN-rapport over 2010 geeft blijk van goede samenwerking

Hoofdpunten uit het rapport:
(bron Stichting PAN: 'Perinatale Audit: eerste verkenningen')

Perinatale audit op uniforme wijze gerealiseerd
De deelnemers aan zo’n audit zijn huisartsen, verloskundigen, gynaecologen, kinderartsen en pathologen, maar ook verpleegkundigen en zorgverleners in opleiding. Soms nemen ook ambulancepersoneel, kraamverzorgenden, klinisch genetici en/of anesthesiologen en microbiologen deel. De voorzitters van de auditbijeenkomsten zijn veelal afkomstig uit het regioteam, niet uit het eigen ziekenhuis, en daarmee relatieve buitenstaanders. In vrijwel alle verloskundige samenwerkingsverbanden (VSV’s) is de perinatale audit in 2010 op uniforme wijze gerealiseerd.

A terme sterfte in 2010 onderzocht
In 2010 werd op deze manier de à terme sterfte onderzocht (alle doodgeboorte en sterfte gedurende de eerste vier levensweken van kinderen geboren na een zwangerschapsduur vanaf 37 weken). Ongeveer een kwart van alle perinataal overleden kinderen wordt à terme geboren. In 2010 ging het om 367 kinderen (0,23 procent van het totaal aantal geboortes). Het merendeel (312) van deze casus werd in een lokale audit besproken. In in 222 gevallen werden de gegevens vastgelegd in het registratiesysteem van de perinatale audit: deze gevallen werden dus uitgebreid geëvalueerd.

Afwijkingen van de reguliere gang van zaken
Tijdens de lokale audits stelden de zorgverleners per overleden kind vast of er sprake was van afwijkingen van de reguliere gang van zaken (zogenaamde substandaard factoren). Dit bleek in 116 van de 222 casus het geval te zijn. In 37 procent van die gevallen was sprake van afwijkingen van richtlijnen en standaarden, en in 42 procent van afwijkingen van de gangbare zorg. Ook ‘te afwachtend beleid’ kwam vaak voor (bijvoorbeeld te veel afwachten bij ‘minder leven voelen’, onvoldoende alertheid bij afwijkingen van het cardiotocogram en te weinig actie bij verdenking op intra uteriene groeivertraging en bij serotiniteit).

Niet altijd een relatie met de sterfte
De afwijkingen die de zorgverleners constateerden hadden niet per definitie een directe relatie met het overlijden van de baby’s . Onderzocht werd in welke situaties dit wel het geval was. Van de uitgebreid geëvalueerde casus bleek in 10 procent van de gevallen (bij 23 overleden baby’s) wel sprake van een waarschijnlijke of zeer waarschijnlijke relatie tussen de substandaard factoren en de sterfte.

Concrete aanbevelingen
Het rapport van de stichting PAN bevat concrete aanbevelingen van de lokale auditgroepen zelf, opgesteld naar aanleiding van de door hun vastgestelde afwijkingen (zie kader). In aanvulling daarop pleiten de samenstellers van het rapport onder meer voor de ontwikkeling van richtlijnen, standaarden en protocollen, meer trainingen voor basale kennis en vaardigheden (zoals reanimatie) in VSV-verband, heldere en complete medische dossiers, meer participatie van huisartsen, kinderartsen en pathologen in de audit en organisatorische ondersteuning van de verloskundige samenwerkingsverbanden bij de audit.

Gezamenlijke reactie KNOV, NVOG en NVK
In een reactie op het rapport complimenteerden de beroepsverenigingen KNOV, NVOG en NVK de stichting. Ze benadrukten dat zorgverleners zich bereid hebben getoond om te reflecteren op hun eigen handelen over een maatschappelijk belangrijk onderwerp. ’Dit mag als voorbeeld worden beschouwd voor de hele zorg’, aldus de verklaring.

Belangrijkste aanbevelingen van de auditgroepen:

Richtlijnen/protocollen
• Ontwikkel een richtlijn en een cliëntenfolder voor minder/geen leven voelen.
• Ontwikkel een richtlijn voor opsporing van en handelen bij (verdenking op) foetale
groeivertraging.
• Stel een protocol op voor indicaties en de uitvoering van foetale bewaking tijdens de
bevalling.
• Beoordeel het CTG volgens vaste criteria, minimaal iedere 2 uur. Stel een protocol op voor
classificatie in gestandaardiseerde termen.

Gangbare zorg
• Stuur bij doodgeboren en asfyctisch geboren kinderen standaard de placenta in voor
pathologisch onderzoek.
• Koppel bij hoog risicopatiënten de arts-assistent, wel of niet in opleiding, aan een
gynaecoloog.
• Zoek bij ‘no show’ contact met de zwangere en maak een nieuwe afspraak.

Documentatie
• Streef naar volledige en voldoende documentatie volgens SBAR (Situation, Background,
Assessment, Recommendation), ook ten behoeve van de overdracht.
Onderwijs
• Ontwikkel een cursus over reanimatie van pasgeborenen voor alle zorgverleners in het
perinatale veld, inclusief de ambulance verpleegkundigen.

Mijn sectie