Hydronefrose: Een toegenomen afmeting van het nierbekken (= pyelum).
Geïsoleerde hydronefrose: Uitzetting van het pyelum (en kelkjes) zonder andere afwijkingen aan de nier, urinewegen of de blaas.
AP diameter: Antero-posterieure diameter van het pyelum (in transversale doorsnee van de nier) welke op een gestandaardiseerde wijze wordt uitgevoerd.
SEO: Structureel echoscopisch onderzoek: echo-onderzoek dat zwangeren rond de 20e week van de zwangerschap kunnen laten doen om structurele (lichamelijke) afwijkingen van het ongeboren kind op te sporen.
GUO: Geavanceerd ultrageluid onderzoek waarbij alle organen van de foetus in detail worden bekeken.
SFU-gradering: In 1993 stelde de Society for Fetal Urology (SFU) een graderingsysteem voor zodat er standaardisatie zou komen in de terminologie bij echo onderzoek ten aanzien van hydronefrose. Binnen dit graderingsysteem wordt gekeken naar twee kenmerken: dilatatie en corticale verdunning.
Graad 0: geen urineweg dilatatie
Graad 1: alleen pyelum dilatatie
Graad 2: pyelum dilatatie en enkele, maar niet alle, calices gedilateerd
Graad 3: Alle calices zichtbaar en verwijd
Graad 4: graad 3 met ook additionele corticale verdunning.
Zie ook Fernbach (1994).
CAKUT: (Congenital Anomalies of Kidney and Urinary Tract): aangeboren aandoeningen van de nieren, blaas en het urinewegsysteem.
UPJ stenose: Uretero-pelvic-junction stenose: vernauwing bij de overgang van het pyelum naar de ureter. Ook wel sub-pelviene stenose genoemd.
MCUG: Mictie-cysto-urethrogram: een onderzoek waarbij via een katheter door de urethra röntgencontrastvloeistof in de blaas wordt gebracht onder gestandaardiseerde omstandigheden. Hiermee kunnen afwijkingen als vesico-ureterale reflux en urethrale kleppen worden vastgesteld.
Renogram: Nucleaire scan (MAG3 (99mTc-MAG3) en DTPA (99m-technetium-Diethyleen-triamine-penta-acetaat) nierscan) van de nieren waarbij de differentiële functie van de nier wordt weergegeven en de mate van afvloed kan worden bepaald.
DTPA nierscan: 99m-technetium-Diethyleen-triamine-penta-acetaat. Hierbij wordt bij een optimale hydratietoestand van de patiënt een isotoop i.v. toegediend en op een gestandaardiseerde wijze de differentiële (=gescheiden) functie van beide nieren en de mate van afvloedsbelemmering in de urinewegen onderzocht (renogram).
MAG-3 nierscan: 99m- technetium-mercapto-acetyltriglycerine: idem als bij DTPA 12 Richtlijn Antenatale hydronefrose.
DMSA nierscan: 99m Tc – dimercapto-succinylzuur: Hierbij wordt gebruik gemaakt van een i.v. toegediend isotoop om de differentiële functie van beide nieren te bepalen en littekens in de nieren op te sporen. Dit onderzoek is niet geschikt om een afvloedsbelemmering in de urinewegen op te sporen.
VUR: Vesico-ureterale reflux.
PUV: Posterior urethral valves (= urethrale kleppen).
Differentiële functie: Ook wel splitfunctie. Functie van de afzonderlijke nier in procenten zoals bepaald op het renogram of DMSA scan.
Hydro-ureter/mega-ureter: Zichtbare (= gedilateerde) ureter.