Kinderen die met acute benauwdheidsklachten in het ziekenhuis worden opgenomen, hebben mogelijk minder vaak en minder lang zuurstof nodig dan tot nu toe werd gedacht. Dat blijkt uit een grote landelijke studie onder leiding van het Spaarne Gasthuis, gepubliceerd in The Lancet Respiratory Medicine.
In de studie werd onderzocht wanneer zuurstoftherapie echt nodig is bij kinderen met acute benauwdheid. Daarbij werd gekeken naar een lagere grenswaarde voor het starten van zuurstoftherapie. Volgens de onderzoekers laat de OxyKids-studie zien dat een SpO2-grenswaarde van 88% voor zuurstoftherapie veilig is en de huidige grenswaarde van 92% kan vervangen. Door zuurstof pas te geven bij een lagere zuurstofsaturatie, hadden veel minder kinderen zuurstoftherapie nodig en als het nodig was met een kortere toedieningsduur. Ook konden kinderen gemiddeld sneller naar huis. Dat is belangrijk, zeggen kinderarts-pulmonoloog en hoofdonderzoeker Annemie Boehmer en Sam Louman, arts-epidemioloog, die op dit onderzoek zal promoveren: “Met de nieuwe grens voor zuurstoftherapie zijn kinderen en hun ouders sneller thuis, krijgen kinderen niet onnodig zuurstof en wordt de zorg minder belast.”
De studie kreeg steun van onder andere ZonMw, Stichting Astmabestrijding, Longfonds en de wetenschapsfondsen van het Spaarne Gasthuis en het Amphia ziekenhuis en SPIN, het Samenwerkingsverband Pediatrie In Nederland van de NVK. De publicatie is tijdelijk gratis toegankelijk via een speciale sharelink van Elsevier.

